Het zijn zware tijden voor Johan Aantjes, de bondscoach van de Nederlandse waterpoloheren. Nadat hij vlak voor het EK Dave Gabriel (Schuurman BZC) zijn Oranjecap aan de wilgen zag hangen, kreeg hij deze week hetzelfde slechte nieuws van oud-ZPB’er Paul Verweij (nu GZC DONK) te verwerken. En alsof dat nog niet genoeg was hing ook de aanvoerder van Oranje met een weinig positieve boodschap aan de telefoon: woensdag maakte Matthijs de Bruijn bekend dat hij niet langer beschikbaar is voor het Nederlands zevental. 

Na veertien! jaar komt er zo een onverwacht snel een einde aan de imposante interland carrière van de 34-jarige Barendrechter. Juist op het moment dat Nederland nog een kleine kans heeft op plaatsing voor de Olympische Spelen. Matthijs: “Toen we ons plaatsten voor het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) was het de bedoeling om gewoon door te gaan bij het Nederlands team. Na veertien jaar Oranje was het nooit in me opgekomen om te stoppen. Als je dan ineens begint te twijfelen is dat voor mij een teken. Het hele gebeuren vergt erg veel van je. Bovendien kost het naast tijd en energie ook nog eens aardig wat geld om telkens op en neer naar Zeist te rijden. Ik heb, zoals ik mijn hele leven heb gedaan, mijn gevoel gevolgd.”

 

>> > “Laat voorop staan dat ik altijd met veel plezier voor Oranje ben uitgekomen” <<<

Het combineren van topsport met een maatschappelijke carrière valt veel leden van de Nationale teams zwaar. In de voorbije maanden stopte naast Gabriel, Verweij en De Bruijn bij de heren, ook damesinternational Jantien Cabout. Een internationale carrière is mooi, maar tevens ook erg zwaar. Matthijs: “Laat voorop staan dat ik altijd met veel plezier voor Oranje ben uitgekomen. Toen ik bij de A-selectie kwam in 1998 ging ik nog naar school. Toen was het allemaal nog prima te doen. Bovendien lag toen het accent op veel trainen bij de club. Tijdens het seizoen kwam je af en toe bij elkaar in Zeist en in de zomer ging je dan elke dag naar Zeist om twee keer per dag te trainen. In 2000 ben ik naar Nice gegaan om als professional aan de slag te gaan. In de zomer sloot ik aan bij het Nederland team. Als er tijdens het seizoen een kwalificatie was, dan ging ik ongeveer een week of twee voor het toernooi naar Nederland om daar met het team te trainen. Natuurlijk heeft dit zo zijn nadelen, want mijn zomer was zo ingedeeld dat ik heel kort, of ook vaak helemaal niet, op vakantie kon. Maar goed, als je iets doet wat je erg leuk vindt dan is dat geen probleem. Belangrijker is dat je alles goed uitlegt aan familie en vrienden, want die begrijpen het niet altijd. Die willen leuke dingen doen, waar ik vaak nee tegen moest zeggen.” 

>>> ” Ik lag in Barendrecht zelfs te slalommen tussen de vrijzwemmers” <<<

Ook de aanloop naar het Europees Kampioenschap in Eindhoven koste Matthijs erg veel kracht. Het programma van Nederland was zwaar en kon niet volledig gecombineerd worden met de maatschappelijke carrière die De Bruijn momenteel aan het opbouwen is, na zijn terugkeer in de Nederlandse waterpolocompetitie. Matthijs: “In 2010 heb ik na tien jaar als waterpoloprof geleefd te hebben besloten om terug te keren naar Barendrecht en te gaan werken bij Fortuna Frutos, één van de sponsoren van ZPB H&L Productions. Met Johan Aantjes heb ik goede afspraken gemaakt richting het EK in Eindhoven over mijn beschikbaarheid. Zo besloten we dat ik de World League niet zou spelen, waardoor er extra ruimte was om de jeugd te laten wennen aan het internationale niveau. In de aanloop naar het EK heb ik mede dankzij mijn werk veel kunnen trainen om fit aan het EK te kunnen beginnen. Naast mijn trainingen bij de herenselectie van ZPB, sprong ik ook wel eens het water in bij de dames of bij de jeugd en dan zwom ik daar programma’s die ik vanuit Zeist had gekregen. Ik lag in Barendrecht zelfs te slalommen tussen de vrijzwemmers. Als je er goed over nadenkt natuurlijk te gek voor woorden, maar het ontbreekt Nederland nu eenmaal aan een topsportklimaat voor waterpolo. Daarnaast reisde ik drie keer per week naar Zeist om met de Nederlandse selectie te trainen. En dat allemaal naast mijn werk. Mijn wekker ging gewoon tussen 05.30 en 06.00 uur af. Geen ideale voorbereiding.”

>>> “De bondscoach was teleurgesteld toen ik hem vertelde te willen stoppen” <<<

Nadat Matthijs voor zichzelf de knoop had doorgehakt, moest het vervelende nieuws gedeeld worden met de bondscoach en de spelers. Geen prettig idee, zo vlak voor het Olympisch Kwalificatietoernooi. En zeker niet als aanvoerder van het Nederlands team. Matthijs: “De bondscoach was teleurgesteld toen ik hem vertelde te willen stoppen. Hij vroeg mij om er nogmaals goed over na te denken en hem later in de week terug bellen. Een dag later hing ik echter alweer aan de telefoon. Langer nadenken was niet nodig. Het was voor mij belangrijk om snel duidelijkheid te scheppen naar iedereen. Het OKT staat immers voor de deur. Ook de spelers reageerden niet blij. Ongetwijfeld met uitzondering van de speler die nu wel mee mag (knipoog). Overigens heb ik in deze korte tijd al heel veel positieve reacties gekregen, vanuit vele hoeken. Mensen die me bedanken voor wat ik voor het Nederlandse waterpolo heb betekend. Ik heb veertien jaar voor het Nederlands team mogen spelen, waarvan bijna zes jaar als aanvoerder. Het aanvoerderschap mocht ik overnemen van Arno Havenga, die op het EK in Belgrado voor het laatst ‘cap nummer 5 met Nederland erop’ heeft gedragen. Ik ben erg trots op deze periode.”

>>> “Best begrijpelijk, dat veel talentvolle spelers hebben gekozen voor hun maatschappelijke carrière, net als ik nu doe” <<<

Vraag naar zijn hoogtepunt en zijn dieptepunt als speler van Oranje en De Bruijn hoeft niet lang na te denken. Het Wereldkampioenschap in Fukuoka en het Olympisch kwalificatietoernooi in Hannover staan voor altijd in zijn geheugen gegrift. Matthijs: “Op het WK in Fukuoka speelde we tegen Australië. We stonden na drie periodes met vier doelpunten voor, maar in de laatste periode ging werkelijk alles verkeerd. We verloren met één doelpunt verschil. Zodoende plaatsten wij ons niet voor de laatste acht, wat betekende dat het NOC*NSF de stekker uit het herenwaterpolo haalde. Doodzonde, want wij hadden toen een heel goed team dat zeker nog voor de nodige verrassingen had kunnen zorgen. Later dat toernooi moesten we weer tegen Australië en wonnen we met gemak. Ofwel, een zwaar onnodige nederlaag in de poulefase met zeer grote gevolgen. Een ander dieptepunt is dat ik heel veel goede spelers weg heb zien vallen. Puur en alleen omdat het spelen voor Oranje, behalve energie, ook veel geld kost. Best begrijpelijk, dat veel talentvolle spelers hebben gekozen voor hun maatschappelijke carrière, net als ik nu doe.

Daar staat natúúrlijk het Olympisch Kwalificatietoernooi in Hannover tegenover. Eén van de hoogtepunten die ik heb meegemaakt. We konden ons plaatsen tegen de Grieken, maar die verloren we. Toen hadden we nog één kans tegen Cuba, destijds een heel sterke ploeg. Men gaf ons weinig kans. De NOS en de schrijvende pers waren al vertrokken (behalve Jacob van Schaik), en mede dankzij een niet te stoppen Niels Zuidweg (toen spelend voor AZC) wonnen wij en gingen we naar de Olympische Spelen van Sydney. Maar ook de plaatsing voor het Wereld Kampioenschap in 2001 was bijzonder mooi. We moesten de laatste poulewedstrijd van het Europees Kampioenschap tegen Hongarije. We mochten dit duel met vijf goals verschil verliezen, want wij hadden eerder in de poulefase op schitterende wijze afgerekend met de Roemenen (goal van Arno Havenga in de laatste secondes). De Hongaren waren regerend Olympisch kampioen en het EK werd ook nog eens in Hongarije afgewerkt. Niemand gaf ons een kans, maar wij kwamen ‘gewoon’ met 3 – 1 voor, door drie ‘ZPB-goals’; Arno Havenga speelde toen nog voor ZPB en scoorde twee keer. Zelf trof ik één keer doel. We speelden een sterke wedstrijd, bleven goed bij, en naarmate het einde van de wedstrijd naderde, zagen we de Roemenen die op de tribunes zaten afdruipen. Zij hadden eerder in 2000 in Hannover hun Olympische droom in duigen zien vallen, mede door ons. En vervolgens dus hun WK deelname. Wij verloren uiteindelijk met drie goals verschil van Hongarije en dat betekende een ticket voor het WK. Overigens houden de Roemenen tot op de dag van vandaag vol dat wij die Hongaren betaald hebben haha… Wij hebben bij het Nederlands team nooit een stuiver gehad. Wij moeten dus nog steeds hard om die beschuldigingen lachen.”

>>> “Ik heb meteen aangegeven dat dit naar mijn idee niet de oplossing is” <<< 

Het echte besef dat zijn interlandcarrière voorbij is moet nog komen. Toch kijkt De Bruijn, betrokken als hij is, met een schuin oog naar de toekomst. En die ziet hij vooralsnog weinig zonnig in. Matthijs: ”Sinds 2006 zijn de resultaten steeds minder geworden van het Nederlands team. Ondanks dat hebben we het in Eindhoven best goed gedaan. Talent hebben we zat in dit land, maar helaas ontbreekt het aan voldoende goed opgeleid kader. Daarnaast wordt er ook te weinig getraind bij de clubs. Zoals wij vroeger tien keer in de week bij ZPB trainde doet volgens mij niemand meer. Er is veel te weinig badwater beschikbaar en trainingstijden worden steeds slechter. Wij kunnen bij ZPB pas trainen als alle banen-trim en weet-ik-wat-voor zwemmers, klaar zijn. Op maandag kom je gerust om 12 uur ’s nachts pas thuis omdat je trouw gaat trainen. Dat kan toch eigenlijk niet?! Bij de KNZB hebben ze een paar jaar geleden een plan verzonnen om alle talenten in Zeist en omstreken te laten wonen, om zodoende daar te studeren en veel te trainen. Ik heb meteen aangegeven dat dit naar mijn idee niet de oplossing is. Natuurlijk trainen die jongens nu veel, wat heel goed is. Maar als die jongens klaar zijn met hun studie, dan willen ze daar wat mee doen. Ze zullen een maatschappelijke carrière op willen bouwen omdat er brood op de plank moet komen. Met als gevolg dat de kans groot is dat die talenten – die na jaren intensief trainen eindelijk op een goed niveau zitten – terug gaan naar hun vertrouwde omgeving en zullen stoppen bij het Nederlands team. Daar zullen ze het trainingsplan bij hun oude club weer oppakken, met daarin veel minder uren dan het programma dat ze gewend waren. En dus ‘verlies’ je weer de nodige spelers, mis je opnieuw de aansluiting met de Europese top, en kun je een nieuwe lichting op gaan leiden.

>>> “Ik hoop dat iedereen eens na gaat denken hoe we de top – en dus de competitie – breder en sterker kunnen maken” <<<

Behalve de toekomst van het Nederlands team, waarin de aansluiting met de Europese (sub)top wordt gezocht, maakt Matthijs zich ook zorgen om de continuïteit van de hoofdklasse. Bij de dames is er al jaren een enorme kloof tussen de top vier a vijf en de rest van Nederland. Datzelfde spookscenario dreigt ook de heren te treffen. “Met alle respect en niets ten nadele van bijvoorbeeld UZSC, maar wie had er twee jaar geleden van deze club gehoord? Door het programma van de Bond wordt deze club super aantrekkelijk voor alle talentvolle spelers. Er staat een sponsor op die wat geld in de club wil stoppen. Spelers worden lekker gemaakt met centjes die ze anders niet zouden hebben. En omdat ze toch in Utrecht het Jong Oranje programma moeten volgen, is de overstap zo gemaakt. Maar wat als die geldschieter wegvalt? Dan kun je dus weer van club veranderen. Ik ben van mening dat dit niet de juiste manier is. Veel (potentiële) hoofdklasseclubs zijn bezig om spelers op te leiden die uiteindelijk later de deur uit lopen. Dat is niet gezond voor het Nederlandse waterpolo, waar juist behoefte is aan een brede top. Ik hoop dat iedereen eens na gaat denken hoe we de top – en dus de competitie – breder en sterker kunnen maken.”

“Na deze kritische noot wil ik nog kwijt dat ik voor het Nederlandse waterpolo hoop dat ik ongelijk heb, want ik heb natuurlijk het beste met onze mooie sport voor. Als laatste wil ik iedereen bedanken voor de steun en support de afgelopen jaren. En uiteraard wens ik het Nederlands team heel veel succes toe in de komende periode.” 

6 Replies to “Exclusief interview Matthijs de Bruijn, over zijn vertrek bij het Nederlands team”

  1. Prachtig stuk! Hopelijk blijf je nog jaren aanvoerder in Barendrecht 😉

    Kan dat laatste deel van de reactie van ‘Boe’ niet even weg worden gehaald? Een publieke website lijkt me niet echt het medium voor dat soort opmerkingen…

  2. Nederland weer een topspeler minder. Gelukkig ben je er bij ZPB nog om mij al je kunsten te leren. Bedankt voor al die jaren dat ik tegen je op heb kunnen kijken (wat ik nogsteeds doe)

  3. Thijssie, je bent een kanjer!! Mooie woorden met een duidelijke boodschap voor het Nederlandse waterpolo. Je mag trost zijn op jezelf!!

    Sebas, is het werkelijk nodig om iedere keer jezelf een schouderklop te geven dat je hebt gespeakerd? Blijkbaar heb jij dit nodig om je eigen vreselijke ego op te krikken. Ik word echt misselijk dat het altijd over jezelf moet gaan, ikke ikke ikke bleuhhh

  4. Matthijs, bedankt voor deze fantastische interlandcarrière. Waarom bedankt? Samen met jongens als Gerben Silvis, Marco Booij en Arno Havenga, heb jij ZPB op fantastische wijze op de kaart gezet! Hopelijk gaan wie periode van toen, met vier ZPB-internationals, ooit nog eens opnieuw mogen beleven.
    Ps: ik kan in ieder geval zeggen dat ik de speaker was toen Matthijs de Bruijn zijn laatste twee offciele interlandgoals scoorde! 😉

Comments are closed.